Angst en paniekaanvallen
Angst
Iedereen is wel eens bang of angstig. Dit bereidt ons in natuurlijke situaties voor op dreigend gevaar. Wanneer iemand regelmatig zeer angstig is en deze angst buiten proporties en irreëel is en het normale functioneren belemmert, kan er sprake zijn van een angststoornis.
Deze angst kan zich op verschillende manieren uiten:
- Je bent vrijwel altijd bang en bezorgd, over van alles en nog wat. Overal zie je gevaren en problemen. Je piekert daarom veel, je voelt je daardoor vaak gespannen en rusteloos en misschien heb je het idee altijd op de toppen van je tenen te moeten lopen. Je gaat het liefst belastende situaties uit de weg.
- Je bent erg angstig in het contact met andere mensen, omdat je bang bent dat anderen je beoordelen. Die angst is te zien omdat je gaat blozen, zweten of trillen. Je gaat contact daarom liever uit de weg.
- Je bent bang voor bepaalde voorwerpen (bv. bloed), dieren (bv. muizen) of situaties (bv. tunnels, liften, vliegen). Als je hiermee in aanraking komt, raak je in paniek. Je hebt daardoor de neiging zo'n voorwerp, dier of situatie uit de weg te gaan
- Je kunt ook bang zijn voor paniekaanvallen, bijvoorbeeld als je op straat loopt of in de kassarij staat. Uit angst voor een paniekaanval heb je de neiging deze plekken te vermijden, maar de paniekaanvallen kunnen ook "zomaar"optreden.
Paniekaanvallen
Een paniekaanval is een vrij korte, maar zeer heftige aanval van angst. Naast het gevoel van angst kunnen de volgende verschijnselen voorkomen:
- Hartkloppingen
- Zweten
- Trillen, beven
- Benauwdheid, ademnood, naar adem snakken
- Pijn of drukkend gevoel op de borst
- Misselijkheid, buikklachten
- Duizelig, licht in het hoofd, flauwte
- Onwerkelijk gevoel
- Angst om zelfbeheersing te verliezen of gek te worden
- Angst om dood te gaan
- Een doof gevoel of juist tintelingen
- Opvliegers, koude rillingen
Na een paniekaanval kun je erg moe zijn. Vaak ben je ook nog een paar uur bang of onrustig.
Een paniekaanval lijkt erg op hyperventilatie, maar is niet hetzelfde. Een paniekaanval komt voort uit je gedachten, terwijl een hyperventilatieaanval komt door verkeerd ademen, waardoor het koolzuurgehalte in het bloed daalt. Dat verkeerd ademen komt vaak wel voort uit spanning.
Als je paniekaanvallen hebt, ben je vaak erg gespannen. Je bent het vertrouwen in je lichaam kwijt en bang dat er iets niet goed is. Door die spanning krijg je verschijnselen van stress (bv. klamme handen of hartkloppingen). Als je dat voelt word je bang dat je weer een aanval krijgt. Die angst kan heel snel toenemen, zodat een nieuwe aanval ontstaat.
Wat leer je bij De Wissel?
- Je leert de klachten onder controle te houden, door bij de eerste signalen niet in paniek te raken, maar jezelf tot rust te brengen. Daarmee doorbreek je de cirkel van angst voor de angst.
- Je leert hoe je klachten kunt voorkomen. Daarvoor is het belangrijk dat je het contact met je lichaam verbetert, zodat je spanningssignalen eerder oppikt. Door lichaamsbewustwordingsoefeningen, ontspannings- en ademhalingsoefeningen kun je de spanning in je lichaam reguleren.
- Ook ga je na, wat de achterliggende oorzaak van de spanning is. Wat denk je, wat voel je, welke overtuiging speelt een rol? Als je je daar bewust van bent kun je ook dat veranderen.